ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ2347
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis en afwijzing matiging dwangsommen bij niet-tijdige herstelwerkzaamheden
In deze civiele zaak stond de tenuitvoerlegging van een verstekvonnis centraal, waarbij appellant was veroordeeld tot herstelwerkzaamheden aan de woning van geïntimeerden en verbeurde dwangsommen bij niet-tijdige nakoming.
Appellant voerde aan dat zij door omstandigheden buiten haar schuld de werkzaamheden niet tijdig kon uitvoeren, waaronder afhankelijkheid van derden en onduidelijkheid over de omvang van de herstelwerkzaamheden. Het hof oordeelde dat appellant zich alle mogelijke moeite had moeten getroosten om tijdig aan de veroordeling te voldoen en dat zij het risico van vertragingen zelf draagt.
Het hof wees het verzoek tot matiging van de dwangsommen af, omdat de matigingsclausule in het verstekvonnis weliswaar ruimte bood, maar de omstandigheden niet zodanig waren dat matiging op grond van redelijkheid en billijkheid gerechtvaardigd was. Ook de uitleg van het vonnis omtrent de herstelwerkzaamheden en de boetebepaling werd bevestigd.
Het hoger beroep werd verworpen en het vonnis van de voorzieningenrechter werd bekrachtigd. Appellant werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst het verzoek tot matiging van de dwangsommen af.