ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ2488
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering schadevergoeding wegens tekortschieten bank in vermogensbeheer
De zaak betreft een hoger beroep van een belegger tegen de bank die zijn vermogen beheerde. De belegger stelde dat de bank tekort was geschoten in de uitvoering van de overeenkomst tot vermogensbeheer en vorderde schadevergoeding. De rechtbank had de vordering afgewezen en het hof bevestigt dit oordeel.
De feiten betreffen een schriftelijke overeenkomst tot vermogensbeheer sinds 1994, met een laatste overeenkomst in 2001. De belegger had twee effectenportefeuilles overgeboekt naar de bank en er was een afspraak dat de bank contact zou opnemen bij een waardedaling van meer dan 20% van aandelen. De bank heeft dit contact niet altijd nageleefd, maar het hof oordeelt dat de belegger onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij nakoming van die verplichting aandelen zou hebben verkocht en daardoor schade zou hebben geleden.
Daarnaast stelde de belegger dat er sprake was van oververtegenwoordiging van technologieaandelen en afwijking van de assetallocatie. Het hof stelt vast dat de belegger zelf steeds meer invloed had op het beheer en de bank niet bevoegd was tot wijzigingen zonder zijn toestemming. De klachten over de samenstelling van de portefeuille worden daarom niet als tekortkoming van de bank aangemerkt.
De vorderingen tot vergoeding van kosten voor het vaststellen van schade en aansprakelijkheid worden eveneens afgewezen. Het hoger beroep wordt verworpen en de belegger wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering tot schadevergoeding af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.