ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ2939
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- D.B. Bijl
- E.M. Vrouwenvelder
- A.P.M. van Rijn
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag omzetbelasting voor adviesdiensten aan financieringsvennootschap
Belanghebbende, een Nederlandse tussenhoudster- en financieringsvennootschap binnen een internationaal concern, ontving adviesdiensten van een in Italië gevestigde advocatenfirma. De vraag was of deze diensten in Nederland werden verricht en of de naheffingsaanslag omzetbelasting terecht was opgelegd.
Het Hof verwijst naar het arrest van het Hof van Justitie in zaak C-291/07 (TRR), waarin is bepaald dat adviesdiensten aan een belastingplichtige die zowel economische activiteiten als activiteiten buiten de werkingssfeer van de omzetbelasting verricht, in Nederland worden verricht, ongeacht of de diensten uitsluitend voor die laatste activiteiten worden afgenomen.
De rechtbank had geoordeeld dat het passief houden van aandelen niet leidt tot verlies van ondernemerschap en dat de adviesdiensten in Nederland zijn verricht. Het Hof bevestigt dit oordeel en wijst het hoger beroep af. De naheffingsaanslag is terecht opgelegd op grond van artikel 12, derde lid, van de Wet OB en artikel 21, lid 1, sub b, van de Zesde richtlijn.
Het Hof legt geen proceskosten op en bevestigt de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 18 juli 2006.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag omzetbelasting wordt bevestigd.