ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ3221
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Berekening en geschil over earn-out vergoeding bij aandelenkoop
In deze civiele procedure staat de berekening van de earn-out vergoeding centraal, voortvloeiend uit een aandelenkoopovereenkomst van 25 november 2003 tussen Caesar en geïntimeerden. De kern van het geschil betreft welke jaarrekening over 2004 als basis dient voor de berekening van de earn-out: de eerste jaarrekening gedeponeerd in juli 2005 of de tweede in april 2007.
Het hof oordeelt dat de eerste jaarrekening als uitgangspunt moet gelden, mede omdat deze reeds in 2005 bekend was en partijen daarop mochten vertrouwen. Nieuwe stellingen van Caesar die pas tijdens pleidooi werden ingebracht, waaronder een rapport van een registeraccountant, worden niet in behandeling genomen vanwege het te late tijdstip en het ontbreken van onderliggende gegevens voor geïntimeerden.
Daarnaast worden door Caesar ingediende grieven over correcties op winstposten en belastingdruk verworpen wegens onvoldoende onderbouwing. De reconventionele vordering van Caesar tot terugbetaling van vermeende onverschuldigde betalingen wordt eveneens afgewezen. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Utrecht en veroordeelt Caesar in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep van Caesar wordt afgewezen en het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd.