ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ3359
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.P.F. Slijpen
- W.M.G. Visser
- J.P. Kruimel
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning tot betaalde koopprijs na geschil over bijgebouwen
Belanghebbende kocht op 3 september 2002 een vrijstaande woning met opslag/magazijn voor € 1.025.000. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde per 1 januari 2003 vast op € 1.053.000, gebaseerd op een taxatierapport en vergelijkingsobjecten. Belanghebbende betwistte de waarde, stellende dat de koopprijs zakelijk was en dat de heffingsambtenaar onvoldoende bewijs had geleverd voor een hogere waardering.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar het hof vernietigde deze uitspraak. Het hof oordeelde dat de koopprijs in de regel de waarde in het economische verkeer weerspiegelt, tenzij feiten het tegendeel aannemelijk maken. Belanghebbende had geen bewijs geleverd dat de koopprijs niet de marktwaarde vertegenwoordigde. De heffingsambtenaar kon het verschil tussen de koopprijs en de hogere WOZ-waarde niet onderbouwen, ook niet met de aanwezigheid van bijgebouwen die niet in het taxatierapport waren opgenomen.
Omdat het verschil meer dan 2% bedroeg, was artikel 26a Wet WOZ niet van toepassing. Het hof verminderde daarom de WOZ-waarde tot de betaalde koopprijs van € 1.025.000. Tevens werd de aanslag onroerende-zaakbelastingen dienovereenkomstig verminderd. De heffingsambtenaar werd veroordeeld in de proceskosten en de gemeente Muiden werd aangewezen als de partij die deze kosten moet vergoeden.
Uitkomst: De WOZ-waarde wordt verminderd tot de betaalde koopprijs van € 1.025.000 en de aanslag onroerende-zaakbelastingen wordt dienovereenkomstig aangepast.