ECLI:NL:GHAMS:2008:BE8578
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- O.B. Onnes
- P.M.F. van Loon
- H.E. Kostense
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen WOZ-waarde woning en garage in Purmerend
Belanghebbende stelde beroep in tegen twee WOZ-waardebeschikkingen van de gemeente Purmerend: één voor een woning en één voor een garage. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor de woning en behandelde het beroep voor de garage niet. De heffingsambtenaar stelde hoger beroep in tegen de uitspraak over de woning, belanghebbende stelde incidenteel hoger beroep in tegen de garagewaarde en vroeg voor het eerst vergoeding van verletkosten.
Het Hof oordeelde dat de heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat de WOZ-waarde van de woning niet te hoog was vastgesteld, mede op basis van vergelijkingsobjecten en marktgegevens. De rechtbank had ten onrechte de betaalde koopprijs van de woning als uitgangspunt genomen en de vergelijkingsobjecten terzijde geschoven. Het Hof verklaarde het hogere beroep gegrond en bevestigde de WOZ-waarde van de woning.
Ten aanzien van de garage stelde het Hof vast dat de heffingsambtenaar niet had voldaan aan zijn bewijslast om de waarde aannemelijk te maken. Belanghebbende had zijn lagere waarde niet voldoende onderbouwd. Het Hof stelde de waarde van de garage vast op de betaalde koopprijs, die binnen de marges van artikel 26a Wet WOZ valt, en verklaarde het incidentele hoger beroep gegrond.
Het verzoek om vergoeding van verletkosten in hoger beroep werd afgewezen omdat dit niet bij de rechtbank was aangevraagd. Het Hof veroordeelde de heffingsambtenaar tot vergoeding van proceskosten voor het incidentele hoger beroep. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd behalve voor de proceskostenveroordeling en griffierecht.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de WOZ-waarde van de woning, stelt de waarde van de garage vast op € 17.000 en veroordeelt de heffingsambtenaar tot proceskostenvergoeding.