ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ3780
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.M. Vrouwenvelder
- D.B. Bijl
- U.E. Tromp
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar teruggaaf omzetbelasting jaren 2002-2006 bevestigd
Belanghebbende, een ondernemer in kinderopvang en gastouderschap, diende in 2007 een verzoek in tot teruggaaf van omzetbelasting over de jaren 2002 tot en met 2006. Dit verzoek werd door de inspecteur afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid, omdat het te laat was ingediend als bezwaarschrift. Belanghebbende stelde dat een eerdere brief uit 2001 tevens als bezwaarschrift voor latere jaren moest worden gezien en dat een medewerker van de Belastingdienst telefonisch had toegezegd dat bezwaar niet nodig was.
De rechtbank had het beroep van belanghebbende gegrond verklaard, stellende dat de toezegging aannemelijk was en dat de inspecteur het verzoek ten onrechte niet-ontvankelijk had verklaard. Het Gerechtshof Amsterdam oordeelde echter dat uit de brief van 2001 niet blijkt dat deze betrekking had op toekomstige tijdvakken en dat de toezegging niet objectief aannemelijk was gemaakt. De e-mail en verklaringen van de betrokkenen ondersteunden de stelling van belanghebbende onvoldoende.
Het hof concludeerde dat belanghebbende niet tijdig bezwaar had ingediend en dat er geen sprake was van een situatie waarin zij redelijkerwijs niet in verzuim was. Artikel 6:11 Awb Pro, dat in uitzonderlijke gevallen niet-ontvankelijkheid kan doorbreken, was niet van toepassing. Het hof vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Belanghebbende is niet-ontvankelijk verklaard in haar bezwaar tegen teruggaaf omzetbelasting over 2002-2006 wegens te late indiening.