ECLI:NL:RBZWB:2025:107
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen taxivrijstelling motorrijtuigenbelasting met terugwerkende kracht
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van de inspecteur om de taxivrijstelling motorrijtuigenbelasting toe te kennen met ingang van 26 september 2023, terwijl belanghebbende meent dat deze vrijstelling al vanaf 5 juli 2022 zou moeten gelden. De rechtbank oordeelt dat de inspecteur de vrijstelling terecht vanaf 26 september 2023 heeft toegekend, omdat het verzoek daartoe pas op 2 oktober 2023 is ingediend.
Belanghebbende heeft een verklaring van zijn boekhouder overgelegd waaruit blijkt dat het voertuig sinds 5 juli 2022 als taxi wordt gebruikt. Desondanks leidt dit niet tot een eerdere ingangsdatum van de vrijstelling, omdat de wet en het beleid bepalen dat de vrijstelling terugwerkt tot de datum van het verzoek. Belanghebbende voerde tevens een beroep op het vertrouwensbeginsel, stellende dat een medewerkster van de Belastingtelefoon een eerdere teruggaaf had toegezegd.
De rechtbank stelt vast dat deze toezegging niet aannemelijk is gemaakt en dat het vertrouwen niet objectief gerechtvaardigd was. Belanghebbende is correct en tijdig uitgenodigd voor de zitting, maar is niet verschenen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de taxivrijstelling wordt toegepast met ingang van 26 september 2023.