ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ4501

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
14 juli 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
R 465-09
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 89 SvArt. 591a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoeker niet ontvankelijk in voorbarig verzoek om schadevergoeding wegens zoekraken strafdossier

Verzoeker diende een verzoek in tot vergoeding van kosten van indiening en behandeling van een verzoekschrift op grond van artikel 89 Wetboek Pro van Strafvordering, vanwege het zoekraken van het strafdossier door het openbaar ministerie. Het hof nam kennis van het verzoek en hoorde de advocaat-generaal en de advocaat van verzoeker, waarbij verzoeker zelf niet verscheen.

Eerder had het hof het openbaar ministerie niet ontvankelijk verklaard in de vervolging wegens het zoekraken van het dossier, waarna het OM cassatie instelde maar dit introk. De strafzaak werd vervolgens opnieuw aangebracht bij de rechtbank met dezelfde tenlasteleggingen. De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van het dossier een herstelbare fout was en dat het belang van vervolging zwaarder woog dan de gemaakte fouten.

Het hof overwoog dat de strafzaak nog niet definitief was geëindigd zoals bedoeld in artikel 89 Sv Pro, waardoor het verzoek tot vergoeding voorbarig was en verzoeker niet ontvankelijk kon worden verklaard. Het hof wees het verzoek af en beval onverwijlde betekening van de beschikking aan verzoeker.

Uitkomst: Verzoeker wordt niet ontvankelijk verklaard in zijn verzoek om schadevergoeding wegens voorbarigheid.

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM
Rekestnummer: R 465-09 (art. 591a Sv)
Parketnummer: 23-004051-07
BESCHIKKING
op het verzoekschrift krachtens artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering van:
[verzoeker],
geboren te [geboorteplaats], op [1978],
domicilie kiezend ten kantore van zijn advocaat mr. J.H.W. van der Lee, [adres en plaats].
Advocaat: mr. J.H.W. van der Lee.
1. Inhoud van het verzoek
Het verzoekschrift strekt tot het toekennen van een vergoeding uit ’s Rijks kas ten bedrage van in totaal EUR 540,- ter zake van de kosten van de indiening en de behandeling ter zitting van een verzoekschrift als bedoeld in artikel 89 van Pro het Wetboek van Strafvordering in de zaak met bovengenoemd parketnummer en van het onderhavige verzoekschrift.
2. Procesverloop
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 14 juli 2009 de advocaat-generaal en de advocaat van verzoeker ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord.
Verzoeker is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. De advocaat heeft desgevraagd verklaard door verzoeker uitdrukkelijk te zijn gemachtigd als advocaat verzoeker bij te staan.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd dat verzoeker niet ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn verzoek.
3. Beoordeling van het verzoek
Bij arrest van dit hof van 24 oktober 2008 is het openbaar ministerie desgevorderd niet ontvankelijk verklaard in zijn vervolging, omdat het strafdossier zoek was. Het openbaar ministerie heeft tegen het arrest van het hof cassatie ingesteld. Op 19 december 2008 is het ingestelde cassatieberoep ingetrokken. De strafzaak is, na reconstructie van het dossier, onder parketnummer 13/414151-08 opnieuw aangebracht bij de rechtbank Amsterdam, met een ten aanzien van de feiten 1 en 2 aan de strafzaak met het in aanhef van deze beschikking genoemd parketnummer woordelijk gelijke tenlastelegging. Bij beslissing van de rechtbank Amsterdam van 23 april 2009 is geoordeeld dat het ontbreken van het dossier wordt beschouwd als een herstelbare fout en dat gezien de ernst van het feit het belang van vervolging groter is dan de fouten die zijn gemaakt door het OM. De strafzaak zal op een nog nader te bepalen tijdstip worden voortgezet. In dat licht bezien alsmede vanuit het oogpunt van wetsystematiek is het hof van oordeel dat de zaak nog niet (definitief) is geëindigd, zoals bedoeld in artikel 89, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, zodat het verzoek tot vergoeding als bedoeld in dat artikel voorbarig is gedaan en verzoeker daarin niet kan worden ontvangen. Hetzelfde geldt dan voor het onderhavige verzoek.
4. Beslissing
Het hof:
Verklaart de verzoeker niet ontvankelijk in zijn verzoek.
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan verzoeker.
Deze beschikking is gegeven door de voorzitter van de tweede meervoudige strafkamer van het gerechtshof te Amsterdam, mr. J.D.L. Nuis, in tegenwoordigheid van mr. S.E.C. Debets als griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 14 juli 2009.