ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ4534
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Werkgeversverplichting tot loondoorbetaling bij ziekte en omscholing tot kraanmachinist
In deze zaak stond de vraag centraal of de werkgever terecht de loondoorbetaling aan de werknemer had stopgezet na een ziektetijdvak van 104 weken, terwijl de werknemer zich had laten omscholen tot kraanmachinist en deze functie feitelijk was gaan vervullen.
De werknemer was sinds juni 2006 ziek gemeld als service-medewerker, zijn oorspronkelijke functie. Tijdens re-integratie werd afgesproken dat hij zich zou omscholen tot kraanmachinist, waarna hij vanaf 15 oktober 2007 voltijds als kraanmachinist werkte. De werkgever stelde dat het ziektetijdvak van 104 weken was geëindigd en dat zij daarom de loondoorbetaling mocht stopzetten.
Het hof oordeelde dat de functie van kraanmachinist sinds 15 oktober 2007 als de eigen arbeid van de werknemer geldt, waardoor een nieuw ziektetijdvak van 104 weken is aangevangen bij de ziekmelding van 7 januari 2008. De grieven van de werkgever tegen het vonnis werden verworpen en het vonnis van de kantonrechter werd bekrachtigd.
De uitspraak bevestigt dat bij omscholing en feitelijke tewerkstelling in een nieuwe functie binnen dezelfde arbeidsrelatie, deze nieuwe functie als eigen arbeid kan gelden voor de toepassing van loondoorbetalingsverplichtingen bij ziekte.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de werkgever verplicht is tot loondoorbetaling aan werknemer tijdens ziekte, waarbij de functie van kraanmachinist als eigen arbeid wordt beschouwd.