ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ4768

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
17 juni 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
R 388-08
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 89 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning schadevergoeding voor onrechtmatige voorlopige hechtenis wegens overschrijding redelijke termijn

Appellant verzocht om een schadevergoeding van €5.750 wegens de ondergane inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis in een strafzaak die eindigde met niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank Haarlem wees het verzoek af.

In hoger beroep stelde het hof vast dat de zaak zonder strafoplegging was geëindigd en dat de onschuldpresumptie van toepassing is, waardoor de verdenking appellant niet tegengeworpen mag worden bij de beoordeling van het verzoek. De rechtbank had dit ten onrechte wel gedaan.

Het hof achtte op grond van billijkheid gronden aanwezig voor vergoeding en kende een bedrag van €95 per dag voorlopige hechtenis toe over 31 dagen, in totaal €5.440. De beschikking van de rechtbank werd vernietigd en het verzoek deels toegewezen.

Uitkomst: Het hof kent appellant een schadevergoeding toe van €5.440 wegens onrechtmatige voorlopige hechtenis.

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM
Rekestnummer: R 388-08 (89 Sv)
Parketnummer: 15/035138-03
BESCHIKKING
op het hoger beroep tegen de beschikking van de raadkamer van de rechtbank te Haarlem van 22 november 2007 op het verzoekschrift krachtens artikel 89 van Pro het Wetboek van Strafvordering van:
Verzoeker,
geboren te plaatsnaam en geboortedatum,
in deze zaak domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat.
1. Inhoud van het verzoek
Het verzoekschrift strekt tot toekenning aan verzoeker van een vergoeding ten laste van de Staat, tot een bedrag van (in totaal) € 5.750,-- terzake van schade die verzoeker stelt te hebben geleden als gevolg van de ondergane inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis in voormelde strafzaak, een en ander zoals gespecificeerd in het verzoekschrift.
2. Procesverloop
Bij beschikking van 22 november 2007 heeft de rechtbank het verzoek afgewezen.
Het hoger beroep is op 22 november 2007 namens appellant ingesteld.
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak onder voormeld parketnummer en heeft op 20 mei 2009 de advocaat-generaal en de advocaat van appellant ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord.
Verzoeker is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bevestiging van de beschikking waarvan beroep.
3. Beoordeling van het hoger beroep
Het hoger beroep is tijdig ingesteld.
Bij vonnis van de rechtbank Haarlem van 13 november 2006 is de officier van justitie niet ontvankelijk verklaard in de strafvervolging wegens overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het EVRM. Derhalve is de zaak geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel.
Volgens vaste jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens dient in een procedure voor schadevergoeding wegens ondergane voorlopige hechtenis de onschuld van de betrokkene in beginsel, behoudens zeer beperkte uitzonderingen, als uitgangspunt te worden genomen. Naar het oordeel van het hof is in het onderhavige verzoek van een dergelijke uitzonderingssituatie niet gebleken.
Dit betekent dat de verdenking, welke tegen verzoeker heeft bestaan of wellicht nog bestaat, hem niet mag worden tegengeworpen bij de beoordeling van zijn verzoek.
De eerste rechter heeft aan deze omstandigheid, naar het oordeel van het hof ten onrechte, wel betekenis toegekend. Het hoger beroep is derhalve gegrond.
Alle omstandigheden in aanmerking genomen acht het hof gronden van billijkheid aanwezig tot toekenning van de gevraagde vergoeding met dien verstande dat het hof een bedrag van € 95,-- per dag dat appellant in beperkingen heeft verbleven (31 dagen) zal toekennen in plaats van de gevraagde € 105,-- nu het gaat om een detentie vóór 1 september 2008. Het hof zal derhalve een bedrag van in totaal € 5.440,-- toekennen.
4. Beslissing
Het hof:
Vernietigt de beschikking waarvan beroep.
Kent appellant ten laste van de staat een bedrag toe van € 5. 440,-- (vijfduizendvierhonderdveertig euro) als vergoeding van de schade geleden tengevolge van de ondergane inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis. Dit bedrag dient te worden overgemaakt op rekeningnummer ten name van Stichting Beheer Derdengelden onder vermelding: verzoeker/schade ex art. 89 Sv Pro).
Wijst het verzoek voor het overige af.
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan appellant.
Deze beschikking is gegeven door de eerste meervoudige strafkamer van het gerechtshof te Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. R.M. Steinhaus, W.M.C. Tilleman en B.W.M. van der Lugt, in tegenwoordigheid van mr. J.J. van Teylingen als griffier en is uitgesproken in de openbare raadkamer van dit hof van 17 juni 2009 te 13.30 uur.
De voorzitter beveelt:
de tenuitvoerlegging van deze beschikking voor een bedrag van € 5.440,-- (vijfduizendvierhonderdveertig euro), over te maken op rekeningnummer ten name van Stichting Beheer Derdengelden onder vermelding: verzoeker/schade ex art. 89 Sv Pro).
Amsterdam, 17 juni 2009
Mr. R.M. Steinhaus, voorzitter.