ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ6327
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.R.P.J. Davids
- J.M.J. Lommen-van Alphen
- A.A. Spoel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoeken tot schadevergoeding na niet-ontvankelijkverklaring OM wegens gegronde verdenkingen
De rechtbank Amsterdam behandelde verzoeken van een verdachte tot schadevergoeding wegens ondergane voorlopige hechtenis en gemaakte proceskosten. De strafzaak tegen verzoeker eindigde met een niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie, waarna verzoeker schadevergoeding vorderde op grond van artikel 89 en Pro 591a Sv.
De rechtbank overwoog dat de onschuldpresumptie geldt en dat de verdenking die tegen verzoeker bestond niet zonder meer buiten beschouwing mag blijven. De strafzaak eindigde niet in een onherroepelijke vrijspraak, waardoor verdenkingen relevant blijven voor de beoordeling van billijkheid.
De feiten betroffen deelname aan een criminele organisatie met onder meer wapens en drugs, waarbij bij doorzoekingen grote hoeveelheden softdrugs en verboden wapens werden aangetroffen. De voorlopige hechtenis werd door verschillende rechterlijke instanties als rechtmatig beoordeeld.
Verzoeker gaf geen uitleg over de verdenkingen, waardoor de verdenkingen bleven bestaan. De rechtbank concludeerde dat geen gronden van billijkheid aanwezig waren om schadevergoeding toe te kennen en wees de verzoeken af. Ook een vergoeding voor tijdverzuim en kosten raadsman werd niet toegekend.
Uitkomst: Verzoeken tot schadevergoeding wegens voorlopige hechtenis worden afgewezen wegens rechtmatigheid van de detentie en gegronde verdenkingen.