ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ5188
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.P.A. Boersma
- W.G. Visser
- I.J.F.A. van Vijfeijken
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep overdrachtsbelasting bij verkrijging recht van opstal onder opschortende voorwaarde
Belanghebbende had op 9 februari 2005 een koopakte voor een perceel met recht van opstal ondertekend, waarbij de levering afhankelijk was van een aanvullende akte van kwijting. Deze aanvullende akte, die een opschortende voorwaarde vormde, werd pas op 6 april 2005 verlijd, na de termijn van zes maanden na de vorige verkrijging op 9 september 2004.
De inspecteur legde een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op, omdat hij stelde dat de verkrijging plaatsvond na de zesmaandstermijn. Belanghebbende betwistte dit en beriep zich op artikel 13 lid 1 van Pro de Wet op belastingen van rechtsverkeer, waardoor slechts gedeeltelijke overdrachtsbelasting verschuldigd zou zijn.
De rechtbank had het beroep van belanghebbende gegrond verklaard en de naheffingsaanslag vernietigd. Het hof oordeelt echter dat de akte van levering een opschortende voorwaarde bevat die pas op 6 april 2005 is vervuld, zodat de verkrijging pas op dat moment plaatsvond. Dit is na de zesmaandstermijn, waardoor volledige overdrachtsbelasting verschuldigd is.
Het hof vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond. Tevens wijst het hof het verzoek van belanghebbende om de inspecteur in de kosten te veroordelen af.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat volledige overdrachtsbelasting verschuldigd is omdat de opschortende voorwaarde pas na zes maanden is vervuld.