ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ5911
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake verjaring en onrechtmatige daad politie na aanrijding
Op 13 juni 2000 vond een aanrijding plaats waarbij de zoon van appellant betrokken was. De politie stelde een proces-verbaal en situatieschets op die appellant onjuist achtte en kwalificeerde als een onrechtmatige daad. Appellant vorderde schadevergoeding van €3.000 wegens vermeende schade door foutieve weergave door de politie.
De politie verweerde zich met het verjaringsverweer, ontkende onrechtmatig te hebben gehandeld en betwistte het causaal verband. De kantonrechter wees de vordering af, maar behandelde het verjaringsverweer niet. In hoger beroep stond dit verweer centraal.
Het hof oordeelde dat de verjaringstermijn pas op 28 september 2000 begon te lopen, toen appellant bekend was met de schade en aansprakelijke partij. De brieven van 8 april en 1 oktober 2003 vormden geen rechtsgeldige stuiting van de verjaring omdat zij niet ondubbelzinnig het recht op nakoming voorbehouden. De vordering was derhalve in mei 2007 verjaard.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter onder verbetering van gronden en veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vordering van appellant is verjaard en het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd.