ECLI:NL:HR:2002:AD6085
Hoge Raad
- Cassatie
- G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp
- R. Herrmann
- H.A.M. Aaftink
- A.G. Pos
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor betaling resterend debetsaldo ondanks verjaring
In deze zaak vordert ING betaling van een resterend debetsaldo van een kredietovereenkomst die in 1982 werd beëindigd. De rechtbank veroordeelde de schuldenaar tot betaling, maar het hof wees de vordering af wegens verjaring. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.
De kern van het geschil betreft de vraag of de verjaring is gestuit door brieven die ING in 1992 aan de schuldenaar heeft gestuurd. Het hof oordeelde dat deze brieven geen aanmaning of ondubbelzinnig voorbehoud van het recht op nakoming bevatten, en dat de vordering daarom verjaard was.
De Hoge Raad overweegt dat de brieven, in samenhang bezien, wel een duidelijke waarschuwing vormen die voldoet aan de eisen van artikel 3:317 BW Pro. Hierdoor is de verjaring gestuit en is de vordering niet verjaard. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank, waarbij de schuldenaar wordt veroordeeld tot betaling van het resterend debetsaldo en de kosten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank, waarbij de schuldenaar wordt veroordeeld tot betaling van het resterend debetsaldo.