ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ6123
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte in hoger beroep wegens bedriegelijke bankbreuk door verkeerde toepasselijkheid artikel 340 Sr
In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter vernietigd en verdachte vrijgesproken van bedriegelijke bankbreuk. De tenlastelegging betrof het niet in ongeschonden staat overhandigen van de administratie van een failliete vennootschap.
De advocaat-generaal stelde dat verdachte als bestuurder en enig aandeelhouder verantwoordelijk was en veroordeeld moest worden tot een werkstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf. De verdediging voerde aan dat niet verdachte maar de vennootschap failliet was verklaard en dat verdachte slechts gedeeltelijk administratie niet aan de curator had verstrekt.
Het hof overwoog dat artikel 340 Sr Pro uitsluitend ziet op de failliet verklaarde natuurlijke persoon of rechtspersoon zelf, en niet op de bestuurder of werknemer. Omdat verdachte niet zelf failliet was verklaard, kon hem het tenlastegelegde niet worden verweten. Daarom was het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen en sprak het hof verdachte vrij.
De overige betogen van de verdediging behoefden geen bespreking meer. Het arrest werd gewezen door de derde meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 20 mei 2009.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat artikel 340 Sr niet ziet op de bestuurder van de failliete vennootschap.