ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ6885
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.P.M. van Rijn
- E.M. Vrouwenvelder
- D.B. Bijl
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbaarheid betalingen wegens overbedeling na echtscheiding
Belanghebbende en zijn ex-echtgenote sloten in 2003 een vaststellingsovereenkomst waarbij de woning te S aan belanghebbende werd toegedeeld onder de verplichting om wegens overbedeling een bedrag van € 37.344 in 24 termijnen aan de vrouw te betalen. Belanghebbende betaalde in 2004 in totaal € 18.672 en claimde dit als aftrekbare alimentatie.
De rechtbank oordeelde dat deze betalingen geen onderhoudsverplichtingen zijn, omdat zij voortvloeien uit een afkoopsom wegens overbedeling en niet uit alimentatie. Het hof bevestigde dit oordeel en stelde dat de bewoordingen van de vaststellingsovereenkomst leidend zijn. Belanghebbende kon niet aannemelijk maken dat de betalingen anders bedoeld waren.
Het hof wees ook het verweer af dat de woning niet tot de huwelijksgemeenschap behoorde, aangezien de notaris had gewezen op de gemeenschap van goederen en de ex-echtgenote zich op dat standpunt stelde. De zekerheid door recht van hypotheek op de woning deed niet af aan de kwalificatie van de betalingen.
Het hof veroordeelde de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende tot € 365. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de betalingen wegens overbedeling niet aftrekbaar zijn als onderhoudsverplichtingen.