ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ8605
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Premievrijmaking levensverzekering per 1 oktober 1993 en niet met terugwerkende kracht vanaf 1992
Deze civiele zaak betreft het geschil tussen [appellant] en De Amersfoortse over de premievrijmaking van een levensverzekeringspolis. [Appellant] verzocht via zijn assurantietussenpersoon premievrijmaking met terugwerkende kracht vanaf 1992, nadat De Amersfoortse de polis automatisch had voortgezet wegens niet-betaling van premies.
De rechtbank wees de vorderingen van [appellant] af, stellende dat De Amersfoortse niet gehouden was de polis premievrij te maken op het gevraagde tijdstip. Het hof vernietigde dit oordeel en oordeelde dat De Amersfoortse gehouden was de polis premievrij te maken per 1 oktober 1993, het eerst mogelijke tijdstip na het verzoek van 24 december 1993, maar niet met terugwerkende kracht vanaf 1992.
Het hof benadrukte dat automatische voortzetting van de polis volgens de polisvoorwaarden geldt zolang de afkoopwaarde toereikend is en dat premievrijmaking niet met terugwerkende kracht kan worden afgedwongen zonder voorafgaande kennisgeving. De Amersfoortse werd veroordeeld om binnen 14 dagen na het arrest opgave te doen van de waarde per 1 oktober 2005 en deze uit te keren, met een dwangsom bij niet-naleving.
De vorderingen van [appellant] werden verder afgewezen en het hof wees het hoger beroep tegen een eerder vonnis niet-ontvankelijk. De kosten van beide instanties werden aan De Amersfoortse opgelegd.
Uitkomst: De Amersfoortse moet de polis premievrij maken per 1 oktober 1993 en de waarde per 1 oktober 2005 aan [appellant] uitkeren.