ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ9422
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aftrek alimentatie en buitengewone uitgaven in inkomstenbelasting 2003
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting 2003 waarbij hij aftrekposten voor alimentatie aan zijn ex-echtgenote, levensonderhoud van zijn minderjarige kinderen en buitengewone uitgaven wegens overlijden van zijn broer had opgevoerd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat belanghebbende onvoldoende bewijs leverde voor de aftrekposten en het echtscheidingsconvenant expliciet uitsloot dat hij alimentatie voor de kinderen hoefde te betalen.
In hoger beroep vroeg de gemachtigde van belanghebbende tweemaal kort voor de zitting uitstel wegens privé-omstandigheden, maar het Hof weigerde dit uitstel vanwege het belang van een doelmatige procesgang. Ter zitting verscheen niemand namens belanghebbende. Het Hof overwoog dat de rechtbank terecht oordeelde dat de aftrekposten niet aannemelijk waren gemaakt en dat de door belanghebbende overgelegde stukken uit latere jaren geen ander oordeel rechtvaardigden.
Ook de inspecteur stelde dat het eigenwoningforfait als alimentatie in aftrek kon worden gebracht, maar dit werd gecompenseerd door te veel in aftrek gebrachte lijfrentepremies, waardoor netto geen aftrek mogelijk was. Uitgaven wegens het overlijden van de broer konden niet worden afgetrokken omdat deze niet voldeden aan de wettelijke voorwaarden.
Het Hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees een veroordeling in proceskosten af. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Uitkomst: Het Hof bevestigt dat belanghebbende geen aftrek kan krijgen voor alimentatie, levensonderhoud kinderen en uitgaven wegens overlijden in de inkomstenbelasting 2003.