ECLI:NL:GHAMS:2009:BK1907
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake bezwaar tegen aanslag en beschikking heffingsrente inkomstenbelasting 2004
Belanghebbende diende bezwaar in tegen de definitieve aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2004 en de daarbij behorende beschikking heffingsrente. De inspecteur had de aanslag gecorrigeerd van €7.367 naar €5.884 aan ingehouden loonheffing en heffingsrente van €180 in rekening gebracht.
In hoger beroep stond centraal of de inspecteur terecht afweek van de aangifte en of belanghebbende ontvankelijk was in het beroep tegen de beschikking heffingsrente. Het Hof oordeelde dat bezwaar tegen de aanslag ook geldt als bezwaar tegen de heffingsrente, tenzij bijzondere omstandigheden dat uitsluiten, welke hier niet aanwezig waren.
Het Hof bevestigde dat de inspecteur binnen de wettelijke termijn handelde en dat de correctie op de aangifte terecht was. De heffingsrente was correct berekend en het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd, met verbeterde motivering.
Het Hof wees tevens op de jurisprudentie en een brief van de staatssecretaris van Financiën die deze lijn ondersteunen. Er werd geen veroordeling in proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag en de beschikking heffingsrente wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.