ECLI:NL:GHAMS:2009:BK2855
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanslag verontreinigingsheffing grondwaterlozing bij bronbemaling
Belanghebbende heeft in 2004 bij de bouw van zijn woonhuis grondwater opgepompt en geloosd op oppervlaktewater beheerd door het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden. Het Hoogheemraadschap legde een aanslag verontreinigingsheffing op gebaseerd op een geschat aantal vervuilingseenheden, omdat de metingen in het kader van de vergunningverlening niet de relevante stoffen omvatten.
Belanghebbende betwistte de aanslag onder meer omdat de schatting niet gebaseerd zou zijn op juiste analysecijfers en omdat de heffingsambtenaar de uitspraak op bezwaar niet binnen de gestelde termijn had gedaan. Het hof oordeelt dat de termijnoverschrijding geen vernietiging rechtvaardigt en dat de heffingsambtenaar de schatting voldoende aannemelijk heeft gemaakt door vergelijkbare metingen van een nabijgelegen locatie.
De rechtbank en het hof bevestigen dat de aanslag terecht is opgelegd, ook omdat de vergunningverlening losstaat van de heffing en de kosten voor analyses in dat kader niet leiden tot vermindering van de aanslag. Het hof wijst verder op de wettelijke basis voor de schattingsbevoegdheid en de beleidsregels die de heffingsambtenaar hanteert.
De klacht dat de uitspraak op bezwaar niet door een andere functionaris is genomen wordt afgewezen omdat het besluit door de heffingsambtenaar zelf is genomen. Ook de stelling dat het opgepompte water even schoon was als drinkwater wordt onvoldoende onderbouwd geacht. Het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hof bevestigt de aanslag verontreinigingsheffing en verklaart het beroep van belanghebbende ongegrond.