ECLI:NL:GHAMS:2009:BK3130
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.P.A. Boersma
- O.B. Onnes
- W.M.G. Visser
- Rechtspraak.nl
Bevestiging legesheffing bouwvergunning windturbines ondanks intrekking en bezwaar
Belanghebbende diende een aanvraag in voor een bouwvergunning voor zes windturbines met een ashoogte van 80 meter bij de gemeente Velsen. De gemeente legde op basis van de Legesverordening 2005 een aanslag bouwleges op van bijna € 300.000, welke na intrekking van de aanvraag ambtshalve werd verminderd tot circa € 191.000. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank werd de aanslag verder verminderd tot € 138.589.
In hoger beroep stond centraal of de aanvraag als een reguliere bouwvergunning of slechts als een aanvraag tot beoordeling van een bouwinitiatief moest worden aangemerkt, of de gemeente op de hoogte was van het standpunt van Rijkswaterstaat dat plaatsing van windturbines op de locatie niet mogelijk was, en of de legesheffing in strijd was met de opbrengstnorm van artikel 229b Gemeentewet of onredelijk was.
Het hof oordeelde dat het formulier en de begeleidende stukken duidelijk een aanvraag voor een reguliere bouwvergunning betroffen. Belanghebbende had voldoende tijd gehad om dit te beseffen en had zich niet op het standpunt gesteld dat sprake was van een vergissing. De gemeente was niet verplicht belanghebbende te informeren over het standpunt van Rijkswaterstaat, dat geen medewerking zou verlenen. De bouwkosten werden vastgesteld op € 7.800.000, waarop de leges werden gebaseerd.
De legesheffing voldeed aan de opbrengstnorm van artikel 229b Gemeentewet; de geraamde baten gingen niet boven de geraamde lasten uit. Ook was de tariefstelling niet onredelijk of willekeurig, mede gelet op jurisprudentie van de Hoge Raad. Het hof bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees de verdere verzoeken van belanghebbende af.
Uitkomst: Het hof bevestigt de rechtbankuitspraak en handhaaft de legesaanslag van € 138.589,94 voor de bouwvergunning.