ECLI:NL:GHAMS:2009:BK3772
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak voorbedachte raad, bewezenverklaring doodslag met disproportionele messteek
Het gerechtshof Amsterdam heeft in hoger beroep het vonnis van de rechtbank Amsterdam gedeeltelijk vernietigd en de verdachte vrijgesproken van voorbedachte raad, terwijl hij wel schuldig is bevonden aan doodslag. De verdachte heeft op 20 september 2006 met een mes van circa 25 cm een dodelijke steek in de buik van het slachtoffer toegebracht, wat de doodsoorzaak was.
De advocaat-generaal had gepleit voor een veroordeling wegens moord met voorbedachte raad, mede gebaseerd op het feit dat de verdachte eerder die dag een mes had gepakt en zich op een strategische plek had begeven. Het hof oordeelde echter dat er onvoldoende bewijs was voor voorbedachte raad en sprak de verdachte daarvan vrij.
De verdediging voerde noodweer en noodweerexces aan, stellende dat de verdachte handelde uit heftige gemoedstoestand en ter verdediging van een medeverdachte. Het hof verwierp deze verweren omdat de verdachte zich bewust en zonder noodzakelijke verdediging op het slachtoffer af bewoog, en de reactie disproportioneel was.
De rechtbank had een gevangenisstraf van acht jaar opgelegd, maar het hof legde een straf van zeven jaar en zes maanden op vanwege overschrijding van de redelijke termijn in het hoger beroep. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard en verwezen naar de burgerlijke rechter.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot zeven jaar en zes maanden gevangenisstraf voor doodslag, vrijspraak van voorbedachte raad, beroep op noodweer en noodweerexces verworpen.