ECLI:NL:GHAMS:2009:BK6788
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- W.M.C. Tilleman
- B.F. de Poorter
- P.A.M. Hendriks
- Rechtspraak.nl
Afwijzing strafrechtelijke vervolging na brand in cellencomplex Schiphol-Oost
In de nacht van 26 op 27 oktober 2005 ontstond een brand in cel 11 van het cellencomplex Schiphol-Oost, die zich uitbreidde tot de gehele K-vleugel, met elf dodelijke slachtoffers en meerdere gewonden tot gevolg. Klagers dienden klaagschriften in tegen diverse betrokkenen, waaronder bewaarders, een wachtcommandant, de locatiedirecteur, de DJI en haar directeur, wegens vermeend strafrechtelijk verwijtbaar handelen.
De beklagkamer heeft de ontvankelijkheid van de klagers beoordeeld en oordeelde dat klager 1 niet ontvankelijk was ten aanzien van de bewaarders, maar wel ten aanzien van andere beklaagden. Klagers 2 werden ontvankelijk verklaard voor alle beklaagden. De inhoudelijke beoordeling richtte zich op de vraag of sprake was van grove schuld in de zin van artikel 307 en Pro 308 Sr, waarbij het causale verband en de voorzienbaarheid van de gevolgen centraal stonden.
Het hof concludeerde dat het niet sluiten van de celdeur door de bewaarders weliswaar heeft bijgedragen aan de branduitbreiding, maar dat hun handelen niet in aanmerkelijke mate verwijtbaar was gezien de hectische omstandigheden en het gebrek aan oefening. Ook de wachtcommandant handelde niet conform het calamiteitenplan, maar zonder aanmerkelijke schuld. De locatiedirecteur had geen aantoonbare tekortkomingen en mocht vertrouwen op de bouw en vergunningen. De DJI en haar directeur genoten strafrechtelijke immuniteit als onderdeel van de Staat.
Gezien het ontbreken van aanmerkelijke schuld en het ontbreken van een causaal verband dat tot strafvervolging zou kunnen leiden, wees het hof het beklag af. Tevens werd strafrechtelijke immuniteit als grond voor afwijzing van vervolging van de DJI en haar leidinggevenden bevestigd.
De beschikking is definitief en er staat geen gewoon rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: Het beklag tegen het niet vervolgen van DJI, haar directeuren en personeel wordt afgewezen wegens gebrek aan aanmerkelijke schuld en strafrechtelijke immuniteit.