ECLI:NL:GHAMS:2009:BL1061
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.C.W. Rang
- E.J.H. Schrage
- P.J. Duinkerken
- Rechtspraak.nl
Beëindiging huurovereenkomst bedrijfsruimte wegens onderverhuur zonder toestemming en belangenafweging woningstichting
Partijen zijn sinds 1983 verbonden door een huurovereenkomst voor bedrijfsruimte, waarbij onderverhuur alleen is toegestaan met voorafgaande toestemming van Rochdale. Hoewel aanvankelijk toestemming werd gegeven voor onderverhuur aan Gary’s Muffins B.V. i.o., heeft appellant later zonder toestemming onderverhuurd aan Goodman B.V. Dit leidde tot opzegging van de huurovereenkomst door Rochdale wegens ernstige tekortkoming.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat geen aparte toestemming nodig was voor de onderverhuur aan Goodman B.V. vanwege materiële identiteit met de eerdere huurder en dat hij wel toestemming had gevraagd. Tevens stelde hij dat Rochdale geen redelijke grond had om toestemming te weigeren en dat zijn financiële belangen en investeringen een belangenafweging in zijn voordeel rechtvaardigden.
Het hof oordeelde dat het belang van Rochdale als woningstichting om rechtstreeks aan exploitanten te verhuren en zo controle te behouden over bedrijfsvoering en huurprijsontwikkeling zwaarder weegt dan het financiële belang van appellant. Ook werd geoordeeld dat de investeringen van appellant ruimschoots zijn terugverdiend en dat beëindiging tot het ondernemingsrisico behoort.
De grieven van appellant werden verworpen, het vonnis van de kantonrechter werd bekrachtigd met een herformulering van het tijdstip van beëindiging en ontruiming van de bedrijfsruimte op 1 februari 2010. Appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt beëindigd per 1 februari 2010 en appellant moet de bedrijfsruimte uiterlijk dan ontruimen.