ECLI:NL:GHAMS:2009:BL1079
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over vergoeding niet opgenomen vakantiedagen bij afroepkracht in taxibranche
De werknemer was van 2001 tot 2007 als chauffeur in dienst bij Taxi Out en viel onder de CAO Taxivervoer. Tijdens het dienstverband werd geen schriftelijke arbeidsovereenkomst gesloten, terwijl de CAO voor afroepkrachten (M.U.P.-krachten) dit voorschrijft bij loon inclusief vakantiedagenvergoeding. De werknemer ontving een hoger uurloon dat volgens de werkgever een vergoeding voor vakantiedagen bevatte.
Na het einde van het dienstverband vorderde de werknemer betaling van niet opgenomen vakantiedagen. De kantonrechter wees dit af op grond van rechtsverwerking, maar het hof vernietigde dit oordeel. Het hof stelde vast dat de mondelinge afspraak nietig is omdat deze strijdig is met de CAO en het schriftelijkheidsvereiste. De werknemer had recht op 27 vakantiedagen per jaar naast het loon.
Het hof oordeelde dat de werknemer niet heeft afgezien van zijn recht op vakantiedagen en dat de werkgever onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat een schriftelijke vastlegging alsnog zou zijn gemaakt. Ook was onduidelijk of de werknemer daadwerkelijk als afroepkracht werkte. De vordering tot betaling van € 5.489,66 bruto aan niet opgenomen vakantiedagen werd toegewezen, met wettelijke rente vanaf 31 juli 2007. Incassokosten werden slechts gedeeltelijk toegewezen.
Uitkomst: Taxi Out wordt veroordeeld tot betaling van € 5.489,66 bruto aan niet opgenomen vakantiedagen met wettelijke rente vanaf 31 juli 2007.