ECLI:NL:GHAMS:2009:BL1967
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid rechtbank bij faillissement en centrum van voornaamste belangen volgens Insolventieverordening
Appellanten X en Y zijn door de rechtbank Haarlem failliet verklaard. Zij stelden in hoger beroep dat de rechtbank niet bevoegd was omdat hun centrum van voornaamste belangen in Italië zou liggen, waar zij woonden en werkten.
Het hof oordeelde dat het centrum van voornaamste belangen volgens artikel 3 lid 1 van Pro de Insolventieverordening overeen moet komen met de plaats waar de schuldenaar gewoonlijk het beheer voert en die herkenbaar is voor derden. Uit de stukken bleek dat appellanten tot kort voor het faillissementsverzoek ingeschreven stonden in Nederland en daar hun economische activiteiten verrichtten. De door appellanten overgelegde Italiaanse documenten waren onvoldoende overtuigend en deels onvolledig.
Gezien het ontbreken van een doorslaggevend aanknopingspunt met Italië en de aanwezigheid van activiteiten en schulden in Nederland, concludeerde het hof dat het centrum van voornaamste belangen nog steeds in Nederland was gelegen. Het hof bekrachtigde daarmee het vonnis van de rechtbank.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat het centrum van voornaamste belangen van appellanten in Nederland ligt en bekrachtigt het faillissementsvonnis van de rechtbank.