ECLI:NL:GHAMS:2009:BL2320
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen berisping gerechtsdeurwaarder wegens ongepaste uitlatingen
In deze zaak heeft een gerechtsdeurwaarder hoger beroep ingesteld tegen een berisping die door de kamer voor gerechtsdeurwaarders te Amsterdam was opgelegd. De berisping volgde uit een klacht van twee gerechtsdeurwaarders over ongepaste en klachtwaardige uitlatingen van de appellant in correspondentie met hen.
De feiten betreffen een verstekvonnis tegen een beleggingsmaatschappij en daaropvolgende executiemaatregelen door klagers, waaronder beslaglegging. Beklaagde uitte in brieven en faxen scherpe kritiek op de handelswijze van klagers, wat door hen als ongehoord en klachtwaardig werd ervaren. De kamer voor gerechtsdeurwaarders oordeelde dat de uitlatingen niet toelaatbaar waren en legde een berisping op.
Het hof heeft het hoger beroep behandeld en zich verenigd met de beslissing van de kamer. Het hof vond geen aanleiding om af te wijken van de eerdere beoordeling en verwierp het beroep. De uitspraak bevestigt dat gerechtsdeurwaarders zich moeten onthouden van onprofessionele en onnodig scherpe uitlatingen jegens collega’s, ook in het kader van een gerechtelijke procedure.
Uitkomst: Het hof verwerpt het hoger beroep en bevestigt de berisping tegen de gerechtsdeurwaarder wegens ongepaste uitlatingen.