ECLI:NL:GHAMS:2009:BL3764
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verantwoordelijkheid gerechtsdeurwaarder voor juiste vermelding zittingsgegevens in dagvaarding
In deze zaak stond de vraag centraal of een gerechtsdeurwaarder voldoende doet aan zijn controleplicht bij het vermelden van de juiste zittingsdag, datum en tijdstip in een dagvaarding. De appellant, een advocaat, had een klacht ingediend tegen een gerechtsdeurwaarder wegens het niet correct controleren van deze gegevens, wat leidde tot een onjuiste datum in de dagvaarding en een herstelexploot.
De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders had de klacht ongegrond verklaard, stellende dat de advocaat zelf de datum had kunnen controleren. Klager stelde echter dat de gerechtsdeurwaarder een eigen verantwoordelijkheid heeft om deze essentiële gegevens nauwkeurig te toetsen en dat het nalaten daarvan tuchtrechtelijk verwijtbaar is.
Het hof oordeelde dat de gerechtsdeurwaarder inderdaad een volledige controleplicht heeft en niet kan volstaan met een marginale toets. De gerechtsdeurwaarder moet de juistheid van de zittingsgegevens zelf opnemen of controleren, ongeacht of deze door de opdrachtgever zijn ingevuld. Hoewel sprake was van een menselijke vergissing, was er geen sprake van opzet of grove nalatigheid, waardoor het handelen niet tuchtrechtelijk laakbaar was. Het hof verwierp het beroep tegen de beslissing van de kamer en bevestigde de verantwoordelijkheid van de gerechtsdeurwaarder.
Uitkomst: Het hof verwerpt het beroep en bevestigt dat de gerechtsdeurwaarder een volledige controleplicht heeft, maar dat de gemaakte vergissing niet tuchtrechtelijk verwijtbaar is.