ECLI:NL:GHAMS:2009:BL3770
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.J. Rijken
- C.W.P. van Gelder
- J.H. Lieber
- Rechtspraak.nl
Vernietiging erkenning kind door niet-biologische vader wegens schending artikel 8 EVRM
Verzoeker heeft bij de rechtbank verzocht om de erkenning door de ex-echtgenoot van zijn moeder nietig of vernietigd te verklaren. De rechtbank wees dit af omdat het verzoek niet binnen de wettelijke termijn was ingediend.
In hoger beroep stelde verzoeker dat de erkenning vernietigd moest worden omdat hij weet dat de ex-echtgenoot niet zijn biologische vader is en het emotioneel en juridisch van belang is dat zijn biologische vader hem erkent. Het hof overwoog dat de wettelijke termijn in artikel 1:205 BW Pro in principe noodzakelijk is ter bescherming van rechtszekerheid en belangen van het kind, maar in dit specifieke geval leidt het vasthouden aan de termijn tot ongerechtvaardigde inmenging in het recht op family life zoals beschermd door artikel 8 EVRM Pro.
Het hof vernietigde daarom de beschikking van de rechtbank en vernietigde de erkenning alsnog, zodat de biologische vader verzoeker kan erkennen. Dit oordeel is gebaseerd op de belangenafweging tussen rechtszekerheid en het belang van verzoeker bij erkenning door zijn biologische vader.
Uitkomst: Het hof vernietigt de erkenning van verzoeker door de ex-echtgenoot van zijn moeder en de beschikking van de rechtbank.