ECLI:NL:GHAMS:2009:BL9308
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.B.C.M. van der Reep
- C.A. Joustra
- E.J.H. Schrage
- Rechtspraak.nl
Geschil over betaling en toevoeging bij rechtsbijstand door advocatenkantoor
In deze civiele procedure vordert het advocatenkantoor betaling van een openstaand bedrag voor verleende rechtsbijstand, terwijl de cliënt terugbetaling van eerder betaalde bedragen verlangt. De kern van het geschil betreft de vraag of de cliënt voldoende is geïnformeerd over de mogelijkheid van een toevoeging voor gefinancierde rechtshulp en of afspraken hierover schriftelijk zijn vastgelegd.
De kantonrechter oordeelde dat het advocatenkantoor had bewezen dat de cliënt was gewezen op de toevoegingsmogelijkheid, maar dat de cliënt ervoor koos de zaak tegen betaling te laten behandelen. Het hof stelt echter dat de verklaringen van de advocaten onvoldoende specifiek zijn en dat niet is aangetoond dat de cliënt adequaat is geïnformeerd over de financiële gevolgen van het afzien van een toevoeging.
Verder is onduidelijk of de cliënt voldoende is geïnformeerd over de mogelijkheid om werkzaamheden die voor het verlenen van de toevoeging zijn verricht alsnog onder de toevoeging te laten vallen. Het hof acht een comparitie noodzakelijk om nadere inlichtingen te verkrijgen, bewijs te bespreken en een schikking te beproeven. Daarnaast wijst het hof op enkele grieven die slagen, waaronder dat de cliënt slechts hoeft te betalen voor werkzaamheden na 1 oktober 2003 en dat het advocatenkantoor een bedrag heeft ontvangen zonder doorbetaling aan de cliënt.
Uitkomst: Het hof gelast een comparitie om nadere bewijslevering en schikking te bespreken en houdt verdere beslissing aan.