ECLI:NL:GHAMS:2009:BO9813
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep ontslag op staande voet geesteszieke werknemer zonder dringende reden
In deze zaak is hoger beroep ingesteld door een werknemer tegen een vonnis van de kantonrechter waarin het ontslag op staande voet door ABN AMRO Bank N.V. werd bevestigd. De werknemer stelt dat er geen dringende reden was voor het ontslag, mede gezien zijn geestesziekte, en beroept zich op de beperkende werking van redelijkheid en billijkheid in verband met de vervaltermijn van artikel 9 BBA Pro.
Het gerechtshof Amsterdam heeft tien grieven ontvangen van de appellant en heeft besloten een comparitie van partijen te gelasten. Hierbij worden ook relevante derden, zoals ouders en voormalige leidinggevenden van de werknemer, uitgenodigd om inlichtingen te verstrekken.
De comparitie dient tevens om de mogelijkheden tot een schikking te onderzoeken. De zaak is aangehouden en partijen zijn verplicht stukken tijdig aan te leveren. De rolzitting is vastgesteld op 25 augustus 2009 voor het opgeven van verhinderingen.
Het hof heeft het vonnis nog niet inhoudelijk behandeld en houdt iedere verdere beslissing aan. Dit arrest is uitgesproken door de genoemde rechters op 21 juli 2009.
Uitkomst: Het hof gelast een comparitie van partijen en houdt de zaak aan voor nader onderzoek en schikkingsmogelijkheden.