Uitspraak
mr. H.M. de Mol van Otterloo te Amsterdam,
mr. P. Habermehl te Amsterdam.
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak staat de redelijkheid van opslagkosten bij een verbouwing onder een regieovereenkomst centraal. Appellanten, LMP, en de curator in het faillissement van [Z] zijn het oneens over de hoogte van de opslagpercentages die door [Z] in rekening zijn gebracht. Het hof bevestigt dat LMP niet heeft bewezen dat er afspraken waren die opslagkosten uitsluiten of beperken.
De curator stelt dat de door [Z] gehanteerde percentages voor algemene bouwplaatskosten, bedrijfskosten, risico, winst en CAR-verzekering binnen de gebruikelijke normen vallen, ondanks dat het winst- en risicopercentage aan de bovenkant ligt vanwege de ad-hoc aard van de opdrachten. LMP vindt de percentages te hoog en stelt lagere percentages voor.
Gezien de uiteenlopende standpunten benoemt het hof een deskundige om te adviseren over de gebruikelijkheid van de opslagpercentages in de branche. Partijen krijgen de gelegenheid om zich uit te spreken over de benoeming en de vragen aan de deskundige. De zaak wordt aangehouden tot de rolzitting van 18 januari 2011.
Uitkomst: De zaak is aangehouden voor benoeming van een deskundige ter beoordeling van de redelijkheid van de opslagkosten.