ECLI:NL:GHAMS:2010:BK8634
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aftrek haartransplantatiekosten als buitengewone uitgaven wegens ziekte
Belanghebbende bracht in zijn aangifte inkomstenbelasting 2004 de kosten van de haartransplantatie van zijn echtgenote als buitengewone uitgaven wegens ziekte in aftrek. De inspecteur wees deze aftrek af en handhaafde dit standpunt in bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond. In hoger beroep stond de vraag centraal of de kosten van de folliceltransplantatie in verband stonden met een ziekte in de zin van artikel 6.17 Wet IB 2001.
Belanghebbende overlegde medische verklaringen waaruit bleek dat zijn echtgenote in het verleden psychisch leed door haaruitval. Echter, het hof oordeelde dat deze verklaringen betrekking hadden op een periode van meer dan tien jaar geleden en dat er geen bewijs was dat er direct voorafgaand aan de transplantatie sprake was van ernstig psychisch lijden of een medische noodzaak. De enkele stelling van belanghebbende dat de klachten ernstiger waren geworden, werd onvoldoende onderbouwd.
Het hof verwees naar het vraag- en antwoordbesluit van de Staatssecretaris van Financiën, waarin wordt gesteld dat kaalheid op zichzelf geen ziekte is, maar dat psychische stoornissen als gevolg daarvan wel als ziekte kunnen gelden. Omdat dit niet aannemelijk was gemaakt, wees het hof het beroep af. Tevens oordeelde het hof dat er geen sprake was van schending van het vertrouwensbeginsel of het zorgvuldigheidsbeginsel door de inspecteur. De kosten van de haartransplantatie konden daarom niet als buitengewone uitgaven wegens ziekte worden aangemerkt.
Uitkomst: Het hof wees het beroep af en bevestigde dat de kosten van de haartransplantatie niet als buitengewone uitgaven wegens ziekte kunnen worden aangemerkt.