ECLI:NL:GHAMS:2010:BL7411
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- O.B. Onnes
- W.M.G. Visser
- J.P. Kruimel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over heffing precariobelasting op tijdelijk omheind bouwterrein gemeentegrond
Belanghebbende, een bouw- en ontwikkelingsbedrijf, kreeg een aanslag precariobelasting opgelegd voor het hebben van voorwerpen op gemeentegrond tijdens bouwwerkzaamheden. De rechtbank had de aanslag vernietigd omdat het terrein tijdens de bouw was omheind en niet toegankelijk voor publiek, waardoor het niet voor de openbare dienst bestemd zou zijn.
In hoger beroep oordeelt het Hof dat de feitelijke bestemming van de grond bepalend is en dat het tijdelijke omheinen van het terrein niet betekent dat het geen gemeentegrond voor de openbare dienst is. De grond werd voor en na de bouw gebruikt als voetpad, fietspad en parkeerplaats, wat wijst op een openbare bestemming.
Verder stelde belanghebbende dat een overeenkomst met het stadsdeel een gedoogplicht inhield waardoor geen precariobelasting verschuldigd zou zijn. Het Hof oordeelt dat de publiekrechtelijke toestemming in de overeenkomst de heffing niet uitsluit, omdat daarin geen privaatrechtelijke vergoeding voor het gebruik is bedongen. Ook is geen vertrouwensbeginsel van toepassing, omdat het stadsdeel publiekrechtelijk en privaatrechtelijk kan optreden zonder dat het een het ander uitsluit.
Het Hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond, waarmee de aanslag precariobelasting gehandhaafd blijft.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de precariobelastingaanslag blijft gehandhaafd.