ECLI:NL:GHAMS:2010:BL9143
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Opheffing conservatoir derdenbeslag onder bank wegens abstracte bankgaranties
De zaak betreft een geschil tussen AQA Hydrasep B.V. en Waterlandstichting over bankgaranties die AQA ten behoeve van Waterlandstichting had afgegeven in het kader van een overeenkomst voor een slibdesintegratie-installatie. Waterlandstichting had aanspraak gemaakt op uitbetaling onder deze bankgaranties, waarna AQA conservatoir derdenbeslag liet leggen onder ING-bank om uitbetaling te verhinderen.
De voorzieningenrechter had het beslag opgeheven, en AQA ging hiertegen in hoger beroep. Het hof oordeelde dat de bankgaranties zogenaamde abstracte bankgaranties zijn, waarbij de bank op eerste afroep moet betalen zonder onderzoek naar de rechtsgeldigheid van de claim. Waterlandstichting mocht de bankgaranties inroepen indien zij van mening was dat AQA haar verplichtingen niet nakwam.
AQA stelde dat de bankgaranties niet zien op de procesgaranties en dat zij deze garanties had kunnen intrekken, maar het hof verwierp deze grieven omdat onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat aan de voorwaarden voor intrekking was voldaan. Ook was geen sprake van een bedrieglijke of willekeurige claim door Waterlandstichting. Het beslag doorkruiste de bedoeling van de bankgaranties en mocht daarom worden opgeheven.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter en veroordeelde AQA in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter en wijst de grieven van AQA af, waardoor het conservatoir derdenbeslag wordt opgeheven.