ECLI:NL:GHAMS:2010:BL9382
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- N. van Wijnen-Vergeer
- R. Veldhuisen
- L.A.J. Dun
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek schadevergoeding na vrijspraak drievoudige moord
Verzoeker heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 89 van Pro het Wetboek van Strafvordering tot vergoeding van schade wegens ondergane voorlopige hechtenis ter hoogte van €76.860,-. Dit verzoek volgde op zijn vrijspraak door het gerechtshof Amsterdam van 15 juni 2007 van het medeplegen van drie moorden, waarbij hij wel veroordeeld werd tot twee maanden gevangenisstraf voor een andere tenlastelegging.
Het hof heeft het verzoek inhoudelijk beoordeeld en de ontvankelijkheid onderzocht. De kern van de beoordeling betrof de uitleg van het begrip 'zaak' in artikel 89 Sv Pro, dat vereist dat de zaak eindigt zonder oplegging van straf of maatregel om tot vergoeding te kunnen leiden.
De jurisprudentie van de Hoge Raad laat geen ruimte voor een andere interpretatie dan dat een veroordeling, ook al is er vrijspraak in een deel van de tenlastelegging, de ontvankelijkheid uitsluit. De advocaat van verzoeker voerde argumenten aan voor een ruimere uitleg, maar het hof verwierp deze. Hierdoor werd verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek om schadevergoeding.
Het verzoek werd behandeld in raadkamer, waarbij verzoeker niet aanwezig was. Het openbaar ministerie had eerder beroep in cassatie ingesteld tegen het vrijspraakarrest, maar dit beroep is ingetrokken, waardoor het arrest onherroepelijk is geworden.
De beschikking werd uitgesproken door de zevende meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 26 maart 2010.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek om schadevergoeding wegens voorlopige hechtenis.