ECLI:NL:GHAMS:2010:BL9869
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over aansprakelijkheid bestuurders failliete vennootschap en boedeltekortopgave curator
In deze civiele procedure in hoger beroep staat de aansprakelijkheid van bestuurders van de failliete vennootschap S&D Oil Trading B.V. centraal. De curator heeft hen op grond van artikel 2:248 BW Pro aansprakelijk gesteld voor de schulden van de vennootschap. Appellanten stelden dat zij mochten vertrouwen op een door de curator gegeven opgave van het boedeltekort, die later onjuist bleek.
De feiten zijn onbetwist: de curator gaf een te lage opgave van het boedeltekort, bevestigde deze opgave in een gesprek, maar beschikte niet over het volledige dossier. Appellanten vorderden dat de curator gebonden zou zijn aan deze opgave, waardoor hun aansprakelijkheid zou verminderen.
Het hof oordeelt dat de opgave van de curator een zuiver feitelijke mededeling betrof, niet gericht op het scheppen van rechtsgevolgen. Er was geen sprake van een vaststellingsovereenkomst, omdat de curator niet de intentie had een bindende overeenkomst te sluiten en er geen meningsverschil werd beëindigd. De vordering van appellanten wordt daarom afgewezen en het vonnis van de voorzieningenrechter bekrachtigd.
De kosten van het hoger beroep worden aan appellanten opgelegd. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vordering van appellanten af, waarbij zij in de kosten van het hoger beroep worden veroordeeld.