ECLI:NL:GHAMS:2010:BM0719
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.P.A. Boersma
- B.A. van Brummelen
- D.B. Bijl
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen conserverende aanslag inkomstenbelasting na emigratie naar de VS
Belanghebbende emigreerde in 2002 naar de Verenigde Staten en kreeg daarop een conserverende aanslag inkomstenbelasting opgelegd door de inspecteur op grond van artikel 3:83 Wet Pro IB 2001, berekend over pensioenrechten die zijn opgebouwd tijdens binnenlandse belastingplicht. De rechtbank had het beroep van belanghebbende gegrond verklaard voor zover het de heffingsrente betrof, maar het Hof vernietigt deze uitspraak en verklaart het beroep ongegrond.
Het Hof overweegt dat het heffingsrecht op het pensioen volgens het belastingverdrag mede aan Nederland toekomt gedurende vijf jaar na emigratie. De fictie dat het loon wordt geacht te zijn genoten vlak voor emigratie is niet strijdig met de goede trouw die verdragspartners aan elkaar verschuldigd zijn. Ook het feit dat de conserverende aanslag pas na tien jaar kan worden kwijtgescholden, is niet in strijd met het verdrag.
De beschikking heffingsrente was ten tijde van het hoger beroep reeds vervallen en wordt niet aan het oordeel van het Hof onderworpen. De beschikking revisierente deelt in de uitspraak met betrekking tot de conserverende aanslag. Het Hof gelast vergoeding van het betaalde griffierecht aan belanghebbende.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de conserverende aanslag blijft in stand.