ECLI:NL:HR:2009:BC5201
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat emigratieheffing pensioenrechten strijdig is met belastingverdrag Frankrijk
Belanghebbende is op 8 maart 2001 vanuit Nederland naar Frankrijk verhuisd en had op dat moment aanspraken op pensioen bij het Nederlandse pensioenfonds PGGM. Voor het jaar 2001 werd aan belanghebbende een conserverende aanslag opgelegd die de waarde van de opgebouwde pensioenaanspraken als loon belastte op grond van de Wet inkomstenbelasting 2001.
De Rechtbank Breda vernietigde deze aanslag, en het Hof bevestigde deze uitspraak. De Staatssecretaris van Financiën stelde daarop beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De kern van het geschil was of de toepassing van de Nederlandse wetsbepalingen die de waarde van pensioenrechten bij emigratie als loon aanmerken, verenigbaar is met het belastingverdrag tussen Nederland en Frankrijk uit 1973.
De Hoge Raad oordeelde dat het heffingsrecht over pensioenen exclusief aan de woonstaat (Frankrijk) is toegewezen in artikel 18 van Pro het verdrag. De Nederlandse fictie om de waarde van pensioenrechten als loon te belasten op het moment van emigratie is daarmee in strijd met het verdrag omdat het de goede trouw schendt en het exclusieve heffingsrecht van Frankrijk doorkruist.
De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie ongegrond en bevestigde daarmee de uitspraak van het Hof. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd, en er werd een griffierecht geheven van €447.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en bevestigt dat de Nederlandse emigratieheffing op pensioenrechten in strijd is met het belastingverdrag met Frankrijk.