ECLI:NL:GHAMS:2010:BM2325
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.P.P. Hoekstra
- R. Veldhuisen
- P.A.M. Hoek
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens overmacht bij verblijf als ongewenst vreemdeling
De verdachte werd vervolgd wegens verblijf in Nederland als ongewenst vreemdeling op 16 oktober en 6 december 2007. De ongewenstverklaring werd op 16 april 2009 opgeheven vanwege het risico op schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer naar Eritrea.
De verdediging voerde aan dat de opheffing van de ongewenstverklaring terugwerkende kracht moest krijgen, waardoor de verdachte vrijgesproken zou moeten worden. Het hof oordeelde echter dat terugwerkende kracht niet mogelijk is omdat de opheffing gebaseerd is op een beleidswijziging die pas in 2008 inging.
Desondanks achtte het hof aannemelijk dat het risico op schending van artikel 3 EVRM Pro ook in 2007 bestond, waardoor de verdachte in een situatie van overmacht verkeerde en geen verdere inspanningen kon worden verlangd om Nederland te verlaten.
Het hof verwierp het formele verweer van de verdediging dat het OM niet-ontvankelijk moest worden verklaard en verwierp ook een bewijsverweer. Uiteindelijk vernietigde het hof het vonnis van de politierechter, verklaarde de verdachte niet strafbaar en sprak hem vrij van alle rechtsvervolging.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken en ontslagen van alle rechtsvervolging wegens overmacht bij verblijf als ongewenst vreemdeling.