ECLI:NL:GHAMS:2011:BP7257
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Vergoeding voor onrechtmatig voorarrest van ongewenst vreemdeling
De verzoeker, een ongewenst vreemdeling, heeft een verzoek ingediend tot vergoeding van schade geleden door inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis, met een totaalbedrag van €25.510. De strafzaken tegen hem eindigden zonder strafoplegging en werden onherroepelijk verklaard.
Het hof stelde vast dat hoewel de verzoeker als ongewenst vreemdeling in Nederland verbleef, er billijkheidsgronden zijn voor vergoeding van de door hem geleden schade. De advocaat-generaal adviseerde toepassing van lagere normbedragen voor voorarrest die gelden voor de periode vóór 1 september 2008.
Het hof overwoog dat de verzoeker een zwervend bestaan leidde en afhankelijk was van charitatieve instellingen, waardoor het moeilijk was om materiële of immateriële schade concreet te onderbouwen. De normbedragen uit de LOVS zijn bedoeld voor standaardgevallen, maar dit bijzondere geval rechtvaardigt een afwijking. Het gevorderde bedrag werd niet als billijke tegemoetkoming beschouwd.
Daarom stelde het hof een redelijke en billijke vergoeding vast van €5.000, die het hof toekende aan de verzoeker ten laste van de staat. Het overige werd afgewezen.
Uitkomst: Het hof kent een billijke vergoeding van €5.000 toe voor het onrechtmatig ondergane voorarrest.