ECLI:NL:GHAMS:2010:BM2916
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.A.J.S. de Vries Robbé-de Roy van Zuydewijn
- R. Prakke-Nieuwenhuizen
- J.H. Lieber
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging ondertoezichtstelling minderjarig kind ondanks geschil over bevoegdheid en procesbekwaamheid
Het Gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen de ondertoezichtstelling van een minderjarig kind, waarbij de vader en het kind de bevoegdheid van de rechtbank Utrecht betwistten en stelden dat het kind zelfstandig hoger beroep kon instellen.
Het hof oordeelde dat de Nederlandse rechter bevoegd is omdat het kind ten tijde van het verzoek haar gewone verblijfplaats in Nederland had, ondanks dat de feitelijke woonplaats in het arrondissement Arnhem lag. De rechtbank Utrecht had de zaak moeten verwijzen, maar het ontbreken van relatieve bevoegdheid leidt niet tot nietigheid van de beschikking.
Verder bevestigde het hof dat het kind op grond van nationale wetgeving en internationale verdragen niet zelfstandig procesbekwaam is en daarom niet-ontvankelijk verklaard wordt in haar hoger beroep.
Inhoudelijk vond het hof dat de ondertoezichtstelling terecht is vanwege ernstige bedreiging van de zedelijke, geestelijke en fysieke belangen van het kind, veroorzaakt door de geplande solozeilreis en het ontbreken van voldoende veiligheidsmaatregelen en begeleiding. De rechtbank had de ondertoezichtstelling terecht uitgesproken en het hof bekrachtigt deze beslissing.
De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling van het minderjarige kind wordt bekrachtigd en het kind is niet-ontvankelijk in haar zelfstandig hoger beroep.