ECLI:NL:GHAMS:2010:BM3056
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslagbesluit bij verrekening vorderingen tussen Italiaanse en Nederlandse partij
In deze zaak stonden een Italiaanse vennootschap en een Nederlandse BV tegenover elkaar vanwege wederzijdse conservatoire beslagen en vorderingen. De Italiaanse partij ([X]) had een Italiaans vonnis op haar naam staan waarin zij betaling van een bedrag plus Italiaanse wettelijke rente werd toegewezen, terwijl de Nederlandse partij ([Y]) een Nederlands vonnis had dat haar een vordering op [X] toekende met Nederlandse wettelijke handelsrente.
De voorzieningenrechter had het conservatoir beslag van [X] op [Y] opgeheven, omdat na verrekening van de vorderingen geen restantvordering van [X] op [Y] zou bestaan. [X] ging tegen dit oordeel in hoger beroep, stellende dat zij wel een resterende vordering had. Het hof oordeelde dat het Italiaanse vonnis uitsluitend Italiaanse wettelijke rente toekent, die lager is dan de Nederlandse wettelijke rente die in het Nederlandse vonnis werd toegewezen. Hierdoor is er geen restantvordering van [X] op [Y] na verrekening.
Het hof verwierp het bewijsaanbod van [X] wegens het kort geding karakter van de procedure en bekrachtigde het bestreden vonnis. Tevens veroordeelde het hof [X] tot betaling van de kosten van het hoger beroep aan de zijde van [Y].
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat het conservatoir beslag van de Italiaanse partij opheft wegens ontbreken van een restantvordering na verrekening.