ECLI:NL:GHAMS:2010:BM4022
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beperking aftrek eigen bijdrage AWBZ tot 25% in inkomstenbelasting 2004
Belanghebbende bracht in haar aangifte inkomstenbelasting 2004 de volledige eigen bijdrage voor het verblijf in een AWBZ-instelling in aftrek. De inspecteur corrigeerde deze aftrek tot 25% van de betaalde bijdrage, conform de wetswijziging van 2003. De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond.
In hoger beroep stond centraal of belanghebbende in redelijkheid mocht vertrouwen op een volledige aftrek, gelet op eerdere jaren en de afhandeling van de aangifte 2003. Het hof oordeelde dat het vertrouwensbeginsel niet van toepassing is omdat de inspecteur de aftrek in 2003 niet uitdrukkelijk en gemotiveerd heeft aanvaard, en de wetswijziging een duidelijke wettelijke grondslag biedt voor de beperking.
Daarnaast faalde het beroep op het gelijkheidsbeginsel omdat de aangehaalde uitspraak op bezwaar met betrekking tot de moeder van belanghebbende geen betrekking had op de aftrek van de eigen bijdrage AWBZ. Verzoeken om schadevergoeding en vergoeding van juridische bijstand werden niet behandeld omdat het beroep ongegrond werd verklaard.
Het hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. De beslissing werd op 6 mei 2010 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beperking van de aftrek eigen bijdrage AWBZ tot 25% wordt bevestigd.