ECLI:NL:GHAMS:2010:BM5014
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontzetting gerechtsdeurwaarder wegens herhaalde negatieve bewaringspositie en schending tuchtrecht
De gerechtsdeurwaarder werd door het Bureau Financieel Toezicht (BFT) meerdere malen geklaagd wegens een negatieve bewaringspositie, niet tijdige doorbetaling van gelden en het onrechtmatig betalen van kantoorkosten van de kwaliteitsrekeningen. Deze klachten werden sinds 2003 steeds gegrond verklaard en leidden tot oplopende tuchtrechtelijke maatregelen.
In eerste aanleg legde de Kamer voor Gerechtsdeurwaarders de gerechtsdeurwaarder een schorsing van één jaar op. De gerechtsdeurwaarder ging hiertegen in hoger beroep en voerde aan dat de problemen nagenoeg waren opgelost, mede door aanpassingen in het administratiesysteem, en dat de negatieve bewaringspositie was teruggebracht tot circa € 1.600,-. Tevens stelde hij dat zijn ziekte en de beperkte omvang van de tekorten verzachtende omstandigheden vormden.
Het hof oordeelde dat ondanks de verbeteringen de gerechtsdeurwaarder ernstig verwijtbaar heeft gehandeld door jarenlang de klachten te negeren en onvoldoende maatregelen te treffen. De herhaalde tekortkomingen en het niet adequaat beheren van de kwaliteitsrekeningen rechtvaardigen volgens het hof een zwaardere maatregel dan schorsing. Daarom vernietigde het hof de eerdere beslissing en legde de maatregel van ontzetting op.
De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2010 door de rolraadsheer namens het Gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: De gerechtsdeurwaarder wordt ontzet vanwege herhaalde ernstige tekortkomingen in de financiële administratie en bewaringspositie.