ECLI:NL:GHAMS:2010:BM5542
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- O.B. Onnes
- J.P.F. Slijpen
- A.P.M. van Rijn
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen intrekking WOZ-beschikking en aanslag OZB wegens objectafbakening
De heffingsambtenaar heeft ter zitting van de rechtbank verklaard de WOZ-beschikking en de aanslag onroerende zaakbelasting (OZB) in te trekken vanwege een onjuiste objectafbakening, waarbij het recht van opstal niet correct was verwerkt. De rechtbank bevestigde deze intrekking en verklaarde het beroep van belanghebbende niet-ontvankelijk omdat hij geen belang meer zou hebben.
Het Gerechtshof Amsterdam stelt echter vast dat de intrekking niet schriftelijk is bevestigd, zoals vereist op grond van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hierdoor is de intrekking niet rechtsgeldig en blijft de WOZ-beschikking en aanslag OZB in stand. De rechtbank heeft daarom ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
De heffingsambtenaar voerde aan dat hij ter zitting was overvallen door de discussie over de objectafbakening en daarom van zijn verklaring wilde terugkomen, maar het hof oordeelt dat hij als professionele partij gehouden is aan zijn onvoorwaardelijke verklaring en dat hij zich had kunnen voorbereiden.
Het hof honoreert het beroep van belanghebbende op het vertrouwensbeginsel, omdat hij gedurende elf weken mocht vertrouwen op de intrekking. Het hof komt daarom niet toe aan inhoudelijke beoordeling van de objectafbakening en waarde van het object en vernietigt de uitspraak van de rechtbank, de uitspraak op bezwaar, de WOZ-beschikking en de aanslag OZB.
Daarnaast veroordeelt het hof de heffingsambtenaar tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende voor de procedure bij het hof.
Uitkomst: Het hof vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van belanghebbende ontvankelijk en gegrond, waarbij de WOZ-beschikking en aanslag OZB worden vernietigd.