ECLI:NL:GHAMS:2010:BM9502
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- C.J. Laurentius-Kooter
- W. Duitemeijer
- J.J. Makkink
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid aanbieder effectenlease bij onvoldoende waarschuwing risico restschuld
In deze zaak staat de aansprakelijkheid van Defam Financieringen B.V. centraal wegens het aanbieden van een effectenleaseproduct aan [geïntimeerden]. De overeenkomst hield in dat met geleend geld in aandelen werd belegd, waarbij na vijf jaar de effecten werden verkocht en de lening moest worden afgelost. Bij verkoop bleek een restschuld van €9.197,60, die [geïntimeerden] niet betaalde.
De rechtbank wees de vorderingen van Defam af en verklaarde dat Defam onrechtmatig had gehandeld. In hoger beroep stelde het hof vast dat Defam een bijzondere zorgplicht had, waaronder een duidelijke en ondubbelzinnige waarschuwing voor het risico van een restschuld. Het hof oordeelde dat Defam hierin tekort was geschoten, omdat de waarschuwingen in de brochure en overeenkomst onvoldoende specifiek waren.
Het hof stelde dat Defam de restschuld voor twee derde deel moest dragen, terwijl [geïntimeerden] een derde deel voor zijn rekening neemt vanwege eigen schuld. Betalingen van rente behoorden volledig tot de eigen verantwoordelijkheid van [geïntimeerden]. Verder werd het voordeel van uitgekeerde dividenden verrekend met de rente, waardoor geen verrekening met de restschuld plaatsvond.
De vorderingen van Defam werden deels toegewezen en deels afgewezen, waarbij het hof het vonnis van de rechtbank gedeeltelijk vernietigde en zelf oordeelde over de aansprakelijkheid en schadeverdeling. De proceskosten werden tussen partijen verdeeld.
Uitkomst: Defam is aansprakelijk voor twee derde deel van de restschuld, [geïntimeerden] draagt een derde deel; betaalde rente wordt niet vergoed.