ECLI:NL:GHAMS:2010:BM9949
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis afwijzing vernietiging effectenlease-overeenkomst wegens verjaring
Appellant is in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de kantonrechter dat zijn vordering tot terugbetaling van betaalde termijnen onder een effectenlease-overeenkomst afwees wegens verjaring van de vernietigingsvordering van zijn echtgenote. De overeenkomst was gesloten in 2000 en de echtgenote had deze in 2005 vernietigd wegens het ontbreken van haar toestemming.
Het hof beoordeelde of de echtgenote tijdig bekend was met de overeenkomst, hetgeen de verjaringstermijn van drie jaar in werking zet. Het hof oordeelde dat de ondertekening van een claimemissieformulier in 2004 door de echtgenote wijst op bekendheid met de overeenkomst vóór het verstrijken van de verjaringstermijn. De stelling van appellant dat de echtgenote pas eind 2004 geïnformeerd werd, werd niet geloofwaardig bevonden.
Het hof concludeerde dat appellant onvoldoende feiten had gesteld om de bekendheid van de echtgenote met de overeenkomst te betwisten. Hierdoor was de verjaringstermijn overschreden en had de vernietiging geen rechtsgevolg. Het hof bekrachtigde het vonnis en veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de vordering tot vernietiging van de effectenlease-overeenkomst wegens verjaring afwijst.