ECLI:NL:GHAMS:2010:BN0254
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- P. Ingelse
- E.F. Faase
- A.C. Faber
- R.A.H. van der Meer
- G.A. Cremers
- Rechtspraak.nl
Beslissing Ondernemingskamer over beëindiging en kostenverhoging enquête KPNQwest
De Ondernemingskamer heeft op 5 juli 2010 uitspraak gedaan over twee verzoeken in de enquêteprocedure betreffende het beleid en de gang van zaken van KPNQwest N.V. Het eerste verzoek betrof een verhoging van het maximale budget voor het onderzoek, het tweede verzoek beoogde de beëindiging van de procedure. De Ondernemingskamer heeft het verzoek tot verhoging toegewezen en het verzoek tot beëindiging afgewezen.
De procedure was voortgekomen uit een eerder bevolen onderzoek naar mogelijke wanpraktijken binnen KPNQwest, waarbij onder meer twijfel bestond over de winstverantwoording en informatievoorziening aan beleggers en banken. VEB c.s. en een aantal belanghebbenden hadden een schikking getroffen en wilden de enquête beëindigen, maar curatoren en andere belanghebbenden stelden dat het onderzoek moest worden voortgezet vanwege het maatschappelijk belang en de noodzaak tot openheid.
De Ondernemingskamer oordeelde dat curatoren als belanghebbenden moeten worden aangemerkt en dat de enquêteprocedure niet zomaar kan worden beëindigd door intrekking van het verzoek door VEB c.s. De Kamer vond het maatschappelijk belang en het belang van de curatoren zwaarder wegen dan het belang van VEB c.s. bij beëindiging. Ook werd het verzoek tot verhoging van het budget tot €750.000 toegewezen, waarbij curatoren bereid waren de extra kosten te dragen.
De Ondernemingskamer verwees de partijen die in het ongelijk werden gesteld in de kosten van het geding en stelde voorwaarden voor betaling en zekerheidstelling van het onderzoeksbudget. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De Ondernemingskamer wijst het verzoek tot beëindiging van de enquêteprocedure af en verhoogt het maximale onderzoeksbudget tot €750.000.